Uitspraak
16.917 WIA
mr. Deen verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om terug te komen op eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering van uitkeringen op grond van WW, Ziektewet en WIA. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het gewijzigde standpunt van het UWV in een vergelijkbare zaak van haar dochter als nieuw feit moest worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat dit gewijzigde standpunt niet als nieuw feit kan worden beschouwd, omdat het niet gaat om feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet eerder konden worden aangevoerd.
De Raad bevestigde dat het UWV zich terecht en zorgvuldig heeft opgesteld en dat het besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op zijn besluit wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.