ECLI:NL:CRVB:2018:1035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was sinds 2004 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2012 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 57,75%. In 2014 meldde zij een toename van haar beperkingen, maar het UWV besloot in november 2014 haar WGA-uitkering per januari 2015 te beëindigen. De rechtbank vernietigde dit besluit deels, maar het hoger beroep richtte zich op de juistheid van de medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep toetste de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek, de gelijkheid van partijen in het proces en de inhoudelijke medische beoordeling. Uit het onderzoek bleek dat het UWV alle relevante beperkingen, waaronder schouder-, heup- en psychische klachten en longproblematiek, adequaat had meegenomen. De rapporten van de door appellante ingeschakelde verzekeringsarts boden geen voldoende onderbouwing om het oordeel van het UWV te weerleggen.
De Raad concludeerde dat de medische situatie en beperkingen van appellante voldoende waren gemotiveerd en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Er was geen aanleiding voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling.