ECLI:NL:CRVB:2017:97
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behoud Wajong-uitkering bij verhuizing naar Turkije wegens ontbreken objectieve en dwingende reden
Appellant, geboren in 1987, ontvangt sinds 17 mei 2010 een Wajong-uitkering. In juni 2014 verzocht hij het UWV om vast te stellen dat hij zijn uitkering kan behouden indien hij met zijn ouders naar Turkije verhuist. Het UWV wees dit verzoek af omdat geen objectieve en dwingende reden voor de verhuizing werd aangetoond.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de verhuizing noodzakelijk is vanwege ernstige sociale, psychische en lichamelijke klachten van het gezin en dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat de wens van de ouders om terug te keren naar Turkije vooral op eigen keuze is gebaseerd en dat geen objectieve en dwingende noodzaak is vastgesteld. De Raad verwierp ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat verhuizing vrij staat, maar dit consequenties heeft voor de uitkering.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het UWV-beleid omtrent de hardheidsclausule werd als niet onredelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het verzoek tot behoud van de Wajong-uitkering bij verhuizing naar Turkije wordt afgewezen wegens ontbreken van een objectieve en dwingende reden.