ECLI:NL:CRVB:2017:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overgang naar hogere LFNP-functie op basis van uitgangspositie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef om haar over te plaatsen naar een LFNP-functie op schaal 9, terwijl zij meende recht te hebben op een hogere schaal 10. Zij stelde dat haar feitelijke werkzaamheden niet overeenkwamen met haar functiebeschrijving en dat collega’s die wel voldeden aan de voorwaarden voor functieonderhoud bevorderd waren naar schaal 10.
De Raad overweegt dat niet het feitelijke werk, maar de uitgangspositie bepalend is voor de overgang naar een LFNP-functie. Appellante heeft geen bezwaar gemaakt tegen haar uitgangspositie of de afwijzing van haar verzoek om functieonderhoud, waardoor zij het risico draagt van de vastgestelde uitgangspositie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van appellante niet gelijk is aan die van collega’s die wel zijn bevorderd.
Ook is geen toepassing van de hardheidsclausule mogelijk, aangezien deze niet bedoeld is om de uitgangspositie te corrigeren of werkzaamheden mee te wegen waarvoor functieonderhoud had kunnen worden gevraagd. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.