ECLI:NL:CRVB:2017:937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet-nakomen arbeidsinschakelingsverplichting
Appellant ontvangt sinds juni 2013 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht bood hem voorzieningen aan gericht op arbeidsinschakeling, waaronder oproepen voor arbeidskundig onderzoek op drie data in september en oktober 2014. Appellant heeft geen gehoor gegeven aan deze oproepen.
Het college legde daarop een maatregel op in de vorm van een verlaging van de bijstand met 30% voor de duur van één maand, ingaande 1 november 2014. Deze maatregel werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de uitspraak onvoldoende was gemotiveerd en dat hem niets te verwijten viel. De Raad oordeelde dat de rechtbank de verwijtbaarheid van het gedrag van appellant voldoende had gemotiveerd en dat het motiveringsbeginsel niet was geschonden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 7 maart 2017 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de bijstand met 30% wegens niet-nakomen van arbeidsinschakelingsverplichtingen wordt bevestigd.