ECLI:NL:CRVB:2017:868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken structurele beperkingen voor 1 augustus 2004
Appellant, een zelfstandig ondernemer, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door laaggradig non-hodgkin lymfoom. Het UWV stelde dat er geen aanwijzingen waren voor arbeidsongeschiktheid vóór 1 augustus 2004 en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij al vóór 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt was, hoewel hij zich destijds niet ziek had gemeld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat uit de medische stukken niet blijkt dat appellant vóór genoemde datum structurele beperkingen had. De Raad benadrukte dat de diagnose laaggradig folliculair non-hodgkin lymfoom stadium IV pas in februari 2004 werd vastgesteld en dat er geen bewijs is dat appellant tot 1 oktober 2011 arbeidsongeschikt was.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van structurele beperkingen vóór 1 augustus 2004.