ECLI:NL:CRVB:2017:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens pensioenuitkering niet bestemd voor toekomst
Appellant ontvangt sinds augustus 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In december 2013 meldt hij dat hij een ouderdomspensioen ontvangt van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen (APNA), ingaand vanaf 8 januari 2013. Het dagelijks bestuur herziet daarop de bijstand over de periode 8 januari 2013 tot en met 31 december 2013 en vordert €5.101,94 terug wegens niet in mindering gebrachte pensioeninkomsten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat pensioeninkomsten in het kader van bijstandsverlening in aanmerking moeten worden genomen, ook als appellant stelt dat het pensioen een toekomstig doel dient. Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door het pensioen pas laat te melden.
In hoger beroep betoogt appellant dat het pensioen als vermogen moet worden aangemerkt en niet als inkomen, omdat het een toekomstig doel dient. De Raad volgt dit niet en bevestigt dat het pensioen maandelijks wordt uitgekeerd vanaf 8 januari 2013 en niet als een afkoopsom voor de toekomst geldt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens pensioeninkomsten.