ECLI:NL:CRVB:2017:831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek op 2 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 11 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen geen aanspraak geeft op dergelijke voorzieningen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen vreemdeling is zoals bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigt dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.