ECLI:NL:CRVB:2017:829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd bij besluit van 17 maart 2015 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard bij besluit van 29 juli 2015, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin dit standpunt werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé, in aanwezigheid van griffier R.H. Budde, op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015.