Uitspraak
29 april 2016, 15/6991 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang.
Het college wees dit verzoek bij besluit van 19 juni 2015 af en verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit bij besluit van 9 oktober 2015 ongegrond, met verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, bevestigend dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die op 27 februari 2017 oordeelde dat appellant niet valt onder de categorieën die aanspraak maken op een maatwerkvoorziening volgens artikel 1.2.2 Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015 wordt bevestigd.