Uitspraak
29 april 2016, 15/6638 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit af en verklaarde het bezwaar ongegrond, met verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015, dat het koppelingsbeginsel bevat.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, bevestigend dat appellante geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel recht had op een dergelijke voorziening, maar de Centrale Raad van Beroep verwijst naar haar eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigt dat appellante niet onder de reikwijdte van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 valt, noch gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door N.R. Docter en uitgesproken op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening voor de vreemdeling op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015.