ECLI:NL:CRVB:2017:819

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2017
Publicatiedatum
1 maart 2017
Zaaknummer
16/3604 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.2.2 Wmo 2015Art. 2.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015

Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om opvang. Dit verzoek werd op 28 januari 2015 afgewezen en het bezwaar daartegen werd op 24 augustus 2015 ongegrond verklaard, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad oordeelde dat appellant geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.

Uitspraak

16/3604 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
29 april 2016, 15/5740 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. Sprakel, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting in de zaken 16/2814, 16/3237, 16/3242, 16/3347, 16/3348, 16/3401, 16/3402, 16/3404, 16/3437, 16/3442, 16/3493, 16/3494, 16/3495, 16/3496, 16/3499, 16/3554, 16/3604, 16/3748, 16/3749, 16/3751, 16/3754, 16/3755, 16/3756, 16/3784 en 16/3796 heeft gevoegd plaatsgehad op 8 februari 2017. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken weer gesplitst.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant is een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) die ten tijde hier van belang geen aanspraak had op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen.
1.2.
Appellant heeft het college verzocht om opvang.
1.3.
Bij besluit van 28 januari 2015 heeft het college dit verzoek afgewezen.
1.4.
Bij besluit van 24 augustus 2015 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 28 januari 2015 ongegrond verklaard. Daarbij heeft het college, voor zover van belang, de afwijzing gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep voor zover dat betrekking heeft op de Wmo 2015 ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank onder verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015 geoordeeld dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.
3. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellant is geen vreemdeling als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en is ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld. Voor zover appellant in hoger beroep aanvoert dat hij recht heeft op een (maatwerk)voorziening op grond van de Wmo 2015, verwijst de Raad naar zijn oordeel zoals dat is neergelegd in zijn uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellant geen aanspraak kan maken op een (maatwerk)voorziening op grond van de Wmo 2015. Hetgeen appellant in onderhavige zaak meer of anders heeft aangevoerd brengt de Raad niet tot een ander oordeel.
4.2.
De aangevallen uitspraak komt voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015 voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015.
Deze uitspraak is gedaan door N.R. Docter, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017.
(getekend) N.R. Docter
(getekend) J.W.L. van der Loo

RB