Uitspraak
29 april 2016, 15/5828 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 16 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 31 augustus 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, met verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015, dat vreemdelingen zoals appellant geen aanspraak geeft op dergelijke voorzieningen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde de eerdere uitspraak. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin is vastgesteld dat vreemdelingen niet gelijkgesteld zijn aan Nederlanders voor de toepassing van de Wmo 2015. Het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015 sluit de aanspraak van vreemdelingen uit. De Raad vond geen reden om hiervan af te wijken en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter N.R. Docter op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel.