Uitspraak
22 april 2016, 15/7583 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde in hoger beroep dat appellante niet valt onder de definitie van artikel 1.2.2 Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en oordeelde dat appellante geen recht heeft op de gevraagde maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.