ECLI:NL:CRVB:2017:793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op grond van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015 dat vreemdelingen zonder verblijfsrecht uitsluit van aanspraken op dergelijke voorzieningen. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellante niet valt onder de in artikel 1.2.2 Wmo 2015 bedoelde categorieën en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin dit standpunt werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé, in aanwezigheid van griffier M.S.E.S. Umans, op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening voor de vreemdeling op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015.