ECLI:NL:CRVB:2017:788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 16 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 26 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet valt onder de definitie van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, noch gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.