ECLI:NL:CRVB:2017:78
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstandsnorm wegens kostenbesparing na eerdere vernietiging afwijzing WWB-aanvraag
De zaak betreft een beroep van appellante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen om haar aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) gedeeltelijk te honoreren met een verlaging van de bijstandsnorm vanwege kostenbesparing.
Eerder had de Raad de afwijzing van de aanvraag vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het recht op bijstand alsnog vastgesteld moest worden. Het college kende vervolgens bijstand toe voor de periode van 9 december 2013 tot en met 27 februari 2014, met een korting van €450 per maand wegens het feit dat appellante inwonend was en de hoofdbewoners kosten voor huur, energie en eten voor hun rekening namen.
Appellante voerde aan dat deze kostenbesparing feitelijk leningen betrof die zij later terugbetaalde, en dat de verlaging daarom onterecht was. De Raad oordeelde echter dat deze beroepsgrond reeds in de eerdere uitspraak was verworpen en dat de omvang van het geding beperkt was tot de vraag of het college het eerdere oordeel correct had uitgevoerd.
De Raad concludeerde dat het college aan de opdracht had voldaan door de bijstand toe te kennen met de genoemde verlaging en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 februari 2016 wordt ongegrond verklaard.