ECLI:NL:CRVB:2017:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming college in bezwaar en veroordeling in proceskosten
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De Raad heeft op 31 augustus 2016 een tussenuitspraak gedaan, waarna het college op 10 oktober 2016 een nieuwe beslissing op bezwaar nam die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante bij brief van 12 oktober 2016 het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college voerde geen verweer en met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
De Raad overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het college op verzoek van appellante kan worden veroordeeld in de proceskosten wanneer het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken. De proceskosten worden begroot op € 990,- voor het beroep en € 990,- voor het hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een totaalbedrag van € 1.980,-. De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na tegemoetkoming door het college en het college is veroordeeld in de proceskosten van € 1.980,-.