ECLI:NL:CRVB:2017:775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken aantoonbare beperkingen woninggebruik
Appellante, bekend met restschade na longtuberculose en een allergie voor huisstofmijt, vroeg op grond van de Wmo een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten aan vanwege problemen met het gebruik van trappen in haar woning. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af na advies van de MO-zaak, die concludeerde dat appellant medisch gezien in staat is om de trap te gebruiken en dat haar verhuizing vanwege gezinsuitbreiding een algemeen gebruikelijke verhuizing betreft.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, maar het college handhaafde de afwijzing. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische adviezen zorgvuldig waren en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar stelling dat zij meer beperkt zou zijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe medische stukken te overleggen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor financiële tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de woning.