ECLI:NL:CRVB:2017:74
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming dubbele huishouding en vergoeding immateriële schade na overschrijding redelijke termijn
Appellant, ambtenaar bij de buitenlandse dienst, verzocht in 2007 om toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van dubbele huishouding (TDH) vanwege ernstige gezondheidsklachten van zijn echtgenote na blootstelling aan pesticiden. De minister wees het verzoek aanvankelijk af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit van de minister omdat medische adviezen onjuist waren meegewogen. De minister verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure leverde appellant medische informatie aan waaruit bleek dat de minister de TDH reeds vanaf 2 september 2007 had moeten toekennen. De minister herzag zijn standpunt en kende een nabetaling toe van ruim €161.000. Daarnaast werd een aanvullende betaling gedaan voor herberekening, wettelijke rente, immateriële schadevergoeding van €3.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en griffierecht.
De Raad oordeelt dat de minister bij de beslissing op bezwaar van 13 januari 2009 al tot toekenning had moeten besluiten en dat de overschrijding van de redelijke termijn ruim drie jaar bedroeg. De berekeningswijze van het netto maandsalaris voor de TDH is geverifieerd en geaccepteerd. Het beroep tegen het besluit van 8 juni 2015 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de TDH en wettelijke rente betreft. Het beroep tegen het besluit van 13 september 2016 wordt ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het resterende griffierecht.
Uitkomst: De minister moet de tegemoetkoming dubbele huishouding vanaf 2 september 2007 toekennen en een immateriële schadevergoeding van €3.500 betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.