Uitspraak
25 maart 2016, 15/5405 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij geen aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Wmo 2015. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet valt onder de definitie van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, noch gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015.