ECLI:NL:CRVB:2017:663
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tweede dagdeel huishoudelijke hulp op grond van Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, verzocht om vergoeding voor twee dagdelen huishoudelijke hulp op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Na medisch onderzoek werd hem slechts één dagdeel toegekend, terwijl het verzoek voor het tweede dagdeel werd afgewezen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De Raad heeft beoordeeld dat appellant, ondanks zijn psychische klachten, in staat is lichte huishoudelijke taken te verrichten zoals kleine boodschappen doen, bed opmaken, afwassen en opruimen. De psychische klachten leiden niet tot zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag. Volgens het beleid kan een tweede dagdeel huishoudelijke hulp alleen worden toegekend bij (zelf)verwaarlozing, chaotisch gedrag of onvermogen lichte huishoudelijke taken te verrichten.
De medische rapportages en het gehanteerde beleid van de Sociale Verzekeringsbank zijn zorgvuldig gewogen. De werkwijze van de arts Laatsch, die uren koppelde aan taken zonder rekening te houden met daadwerkelijke beperkingen, werd niet gevolgd. Het feit dat appellant in de praktijk de meeste huishoudelijke taken door zijn dochter laat uitvoeren, verandert hier niets aan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 februari 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een tweede dagdeel huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.