ECLI:NL:CRVB:2017:661
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verhoogde invaliditeitsuitkering en huishoudelijke hulp op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant heeft een verzoek ingediend voor toekenning van een invaliditeitsuitkering, een vergoeding voor huishoudelijke hulp en aanspraak op vrije geneeskundige behandeling op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Na een medisch onderzoek is hem een invaliditeitsuitkering van 30% toegekend, evenals vier uur huishoudelijke hulp. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de mate van arbeidsongeschiktheid te laag was vastgesteld en dat meer huishoudelijke hulp nodig was.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. De Raad oordeelde dat de lichamelijke klachten van appellant niet in causaal verband staan met zijn oorlogservaringen, hetgeen niet is betwist. De psychische klachten zijn deels oorlogsgerelateerd, maar de deskundigen verschillen van mening over de omvang hiervan. De Raad volgt het oordeel van de arts Textor, die de beperkingen heeft vastgesteld en het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, die het gemis aan ouderlijke zorg niet als oorlogsomstandigheid kwalificeert.
De Raad concludeert dat de toekenning van vier uur huishoudelijke hulp passend is en dat er geen reden is om het besluit te wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een invaliditeitsuitkering van 30% en vier uur huishoudelijke hulp wordt gehandhaafd.