ECLI:NL:CRVB:2017:630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding restschuld bijstand op nalatenschap
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om kwijtschelding van een restschuld van €14.643,44 die was ontstaan door terugvordering van bijstandskosten over de periode 1999-2001. Het college wees dit verzoek af op grond van het debiteurenbeleid dat geen kwijtschelding verleent voor vorderingen op nalatenschappen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn situatie schrijnend is vanwege zijn leeftijd, de lange terugbetalingsperiode en het ontbreken van fraude. Hij voerde aan dat het college hem destijds onvoldoende had begeleid naar WSW-arbeid, waardoor de schuld was opgelopen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:84 Awb Pro die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Appellant had slechts een relatief klein deel van de schuld afgelost en voldeed niet aan de afgesproken maandelijkse aflossing. Ook is langdurige terugbetaling op gevorderde leeftijd geen bijzondere omstandigheid.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restschuld bijstand wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.