ECLI:NL:CRVB:2017:582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behoud Wajong-uitkering bij verhuizing naar België wegens onvoldoende medische noodzaak
Verzoeker ontvangt sinds maart 2015 een Wajong-uitkering en vroeg toestemming om met behoud van deze uitkering met zijn ouders naar België te verhuizen. Dit verzoek werd in januari 2016 afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang.
In hoger beroep stelde verzoeker dat hij vanwege ernstige beperkingen afhankelijk is van zijn ouders, die vanwege verslechterde gezondheid naar België moeten verhuizen om hulp van andere kinderen te ontvangen. Het UWV bepleitte bevestiging van het eerdere besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het exportverbod van de Wajong-uitkering uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De medische gegevens van de ouders boden geen aanwijzing voor een zodanige verslechtering dat zij genoodzaakt zijn te verhuizen. Ook was niet gebleken dat er in Nederland geen hulp beschikbaar is. De wens van de ouders om dicht bij hun kinderen te wonen is begrijpelijk, maar vormt geen objectieve en dwingende reden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om met behoud van de Wajong-uitkering naar België te verhuizen wordt afgewezen wegens onvoldoende medische noodzaak.