ECLI:NL:CRVB:2017:555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming verhuiskosten wegens gemeubileerde woning bij terugkeer marinier
Appellant, werkzaam als marinier, was van januari 2013 tot juli 2014 geplaatst op Aruba en hield zijn woning in Nederland aan. Na terugkeer vroeg hij een tegemoetkoming in overige verhuiskosten aan, die werd afgewezen omdat hij terugkeerde naar een gemeubileerde woning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant zijn meubels had weggegooid of weggegeven en geen inboedel had verhuisd.
In hoger beroep handhaafde de minister dit standpunt, toegespitst op artikel 2, zevende lid, van het Verplaatsingskostenbesluit defensie (Vkbd), dat geen tegemoetkoming verleent bij terugkeer naar een gemeubileerde woning. De Raad oordeelde dat de woning van appellant terecht als gemeubileerd werd aangemerkt, ongeacht zijn keuze meubels weg te doen.
Appellants betoog dat de woning niet als gemeubileerd kan worden beschouwd omdat het geen huurwoning is, werd verworpen. De Raad concludeerde dat appellant geen aanspraak heeft op de tegemoetkoming en dat het teruggevorderde voorschot terecht was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de tegemoetkoming in overige verhuiskosten wordt bevestigd.