ECLI:NL:CRVB:2017:4472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand na onterechte afwijzing
Appellant diende op 20 en 24 mei 2015 aanvragen in voor bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand. Het college stelde deze aanvragen aanvankelijk buiten behandeling en wees ze later af wegens het niet aanleveren van gegevens en omdat de aanvraag van 24 mei 2015 na het maken van kosten zou zijn ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 18 februari 2016 ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de beroepsgrond tegen de afwijzing van de aanvraag van 24 mei 2015 te laat was ingebracht. Appellant stelde in hoger beroep dat deze afwijzing onterecht was en dat het bestuursrecht geen grondenfuik kent.
De Raad oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag van 24 mei 2015 binnen de omvang van het geding viel en dat appellant tijdig zijn gronden had aangevoerd. De aanvraag moest daarom worden toegewezen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 februari 2016 voor zover het de afwijzing betrof, herroept het besluit van 30 september 2015 en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De aanvraag van 24 mei 2015 om bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wordt toegewezen en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.