ECLI:NL:CRVB:2017:4456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- J.J.T. van den Corput
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Geen bewuste roekeloosheid bij schade aan militair voertuig door achteruitrijden zonder gids
Betrokkene, militair in opleiding tot officier, veroorzaakte op 22 april 2016 schade aan een militair voertuig door stapvoets achteruit te rijden zonder zich te laten gidsen, waardoor een houten paaltje werd geraakt. Appellant, de Minister van Defensie, legde op grond van artikel 145 AMAR Pro een schadeverhaal van € 500,- op wegens opzet of bewuste roekeloosheid.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat hoewel betrokkene verwijtbaar handelde door de gidsplicht te negeren, niet kon worden gesproken van bewuste roekeloosheid. Vermoeidheid en het feit dat betrokkene stapvoets reed, ondersteunden dit oordeel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat bewuste roekeloosheid vereist dat betrokkene zich daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen en de aanmerkelijke kans op schade. Dit was niet het geval, mede door de lage snelheid en medische verklaring over vermoeidheid.
De Raad concludeerde dat artikel 145 AMAR Pro niet van toepassing is en wees het hoger beroep van appellant af. Er werden geen proceskosten aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister van Defensie wordt afgewezen; geen sprake van bewuste roekeloosheid en dus geen schadeverhaal op betrokkene.