ECLI:NL:CRVB:2017:4453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud en financiering vliegreizen
Appellant heeft op 7 februari 2016 een aanvraag ingediend voor bijstand per 1 maart 2016, waarbij hij verklaarde eigenaar te zijn van een woning met hypotheek en dat hij de vaste lasten niet langer kon betalen omdat zijn broer niet meer bij hem woonde. Omdat appellant sinds juli 2013 geen geregistreerd inkomen had, heeft de gemeente Almere een onderzoek ingesteld, waarbij bankafschriften werden opgevraagd. Hieruit bleek dat appellant meerdere buitenlandse reizen maakte, voornamelijk naar Marokko, en dat er kasstortingen waren zonder duidelijke herkomst.
De inkomensconsulent vroeg nadere gegevens op, waarop appellant verklaarde te leven van leningen van familie en vrienden en het kindgebonden budget. Hij overhandigde verklaringen van derden over leningen ter waarde van €9.925,-. Het college kende een voorschot toe, maar wees de aanvraag uiteindelijk af wegens onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens over het levensonderhoud en de financiering van de reizen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij alle beschikbare informatie had verschaft en dat uit zijn bankafschriften bleek dat hij geen inkomen had. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie. Zijn verklaringen stroken niet met het uitgavenpatroon en de kasstortingen. Daarom kon niet worden vastgesteld of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bijstandbehoevendheid en onduidelijkheid over financiering van vliegreizen.