ECLI:NL:CRVB:2017:4342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet tijdig aanpassen BRP-adres ondanks feitelijk adreswijziging
Appellant ontving bijstand sinds 2014 en stond ingeschreven op een adres waar hij niet meer woonde sinds mei 2015. Hoewel hij het college informeerde over zijn feitelijke verblijfplaats bij zijn moeder, bracht hij zijn BRP-inschrijving pas op 20 juli 2015 in overeenstemming met zijn werkelijke woonadres.
Het college schortte de bijstand op 8 juli 2015 op wegens het verschil tussen het BRP-adres en het feitelijke adres en gaf appellant een termijn om dit te herstellen. Toen appellant dit niet tijdig deed, trok het college de bijstand per 6 mei 2015 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant geen verwijt kon worden gemaakt, maar dat het zijn eigen keuze was om de inschrijving niet tijdig te wijzigen en dat het college daarom terecht de bijstand introk op grond van artikel 40, zesde lid (oud) van de Participatiewet.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 6 mei 2015 wordt bevestigd wegens het niet tijdig aanpassen van het BRP-adres.