ECLI:NL:CRVB:2017:4336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Tijdens een heronderzoek ontstond twijfel over haar feitelijke verblijfplaats, mede door haar eigen verklaringen en bankafschriften die betalingen in een andere wijk aantoonden.
De klantmanager wilde een huisbezoek afleggen om de woonsituatie te verifiëren, maar appellante weigerde hieraan mee te werken, ondanks waarschuwingen over mogelijke intrekking van de bijstand. Het college trok daarop de bijstand met ingang van de datum van het huisbezoek in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Er was een redelijke grond voor het huisbezoek, en de weigering van appellante om mee te werken rechtvaardigde de intrekking van de bijstand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.