ECLI:NL:CRVB:2017:4334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking van bijstand wegens vermeende schending inlichtingenverplichting taxichauffeur
Appellant ontving bijstand en werkte als taxichauffeur bij twee bedrijven. Het college trok de bijstand in vanaf 1 januari 2014 wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant geen eigen rittenstaten bijhield en de administratie van de werkgever ondeugdelijk bleek.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde de intrekking over een deel van de periode, oordelend dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het ontbreken van eigen administratie en onbetrouwbare salarisspecificaties.
In hoger beroep stelde appellant dat hij altijd informatie had verstrekt via inkomstenverklaringen en salarisspecificaties, en dat de ondeugdelijke administratie van de werkgever niet aan hem te wijten was. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden, mede omdat hem geen verplichting was opgelegd uren bij te houden en hij contant werd uitbetaald.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere besluiten, veroordeelde het college in de proceskosten, en wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat geen terugvordering was gedaan.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van schending van de inlichtingenverplichting.