ECLI:NL:CRVB:2017:4317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante viel sinds 5 maart 2009 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en kreeg vanaf 24 juni 2011 een WIA-uitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2014 achtte het UWV haar minder dan 35% arbeidsongeschikt en beëindigde de WGA-uitkering per 29 januari 2015. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om de medische bevindingen te betwisten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische beoordeling van de verzekeringsarts juist en volledig, waarbij ook de informatie van de behandelend sector was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat er geen sprake was van geen benutbare mogelijkheden en dat een urenbeperking niet geïndiceerd was vanwege het ontbreken van een objectiveerbare medische oorzaak.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beperkingen niet juist waren beoordeeld en dat er geen gelijkheid van wapens was omdat behandelaars alleen diagnoses stelden zonder beperkingen te kunnen aangeven. De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunt met medische stukken te onderbouwen, waaronder brieven van diverse behandelaars.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling juist was en dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies passend waren. Nieuwe medische stukken betroffen klachten na de datum in geding of waren niet relevant. Er was geen reden tot het inschakelen van een deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.