ECLI:NL:CRVB:2017:4228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot bevordering ambtenaar naar hogere rang afgewezen wegens onvoldoende bewijs werkzaamheden op hoger niveau
Appellant was van 2006 tot 2009 geplaatst op een functie met rang [rang 1], maar verzocht om bevordering naar rang [rang 3] vanaf 2007. De minister wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege onvoldoende bewijs dat appellant werkzaamheden op het hogere niveau verrichtte.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stelling dat hij feitelijk werkzaamheden op het niveau van de hogere rang verrichtte, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat de functienaam die appellant gebruikte geen betekenis had, aangezien hij formeel niet in die functie was benoemd en de hogere rang pas in 2013 werd ingevoerd.
Verder ontbraken documenten die een waardering van zijn functie op het hogere niveau bevestigen. Verklaringen van de leidinggevende waren inconsistent en onvoldoende betrouwbaar. Ook het voorlopige reorganisatieplan bood geen grondslag voor de hogere waardering.
De Raad concludeerde dat appellant niet had aangetoond dat hij vanaf 5 april 2007 werkzaamheden op het niveau van de hogere rang verrichtte en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot bevordering naar een hogere rang wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van werkzaamheden op dat niveau.