ECLI:NL:CRVB:2017:4223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning bindingspremie aan burgerambtenaar defensie
Appellant, sinds 1985 burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie, vorderde toekenning van een bindingspremie over 2016. De commandant Luchtstrijdkrachten had deze geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden uit de toepasselijke nota. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onbevoegdheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de bevoegdheid bij de commandant lag en corrigeerde de fout van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de commandant een ruime beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van bindingspremies en dat de rechterlijke toetsing terughoudend is. Hoewel appellant stelde dat de nota in 2015 correct was toegepast en dat het rechtszekerheidsbeginsel hem ook over 2016 een premie toekent, volgde de Raad dit niet. De foutieve toekenning in 2015 verplicht de commandant niet om deze te herhalen.
De Raad nam het standpunt van de commandant over dat appellant weliswaar ruime kennis en ervaring bezit, maar niet zodanig uniek is dat vertrek ernstige bedrijfsverstoring veroorzaakt. Ook werd gewezen op het individuele karakter van de premie en de verschillen met collega’s die wel een premie ontvingen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de commandant om appellant een bindingspremie toe te kennen over 2016.