ECLI:NL:CRVB:2017:4198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als technisch productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het UWV-besluit bevestigde. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, onder meer door de ziekte van Ménière, knieklachten en depressie, onvoldoende waren erkend. Hij overhandigde aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De beperkingen in de FML waren adequaat vastgesteld en weerspiegelen de situatie op de datum van belang. Nieuwe medische informatie betrof latere perioden en wijzigde niets aan het oordeel.
De Raad bevestigde dat appellant geschikt was voor de geduide functies en dat het hoger beroep ongegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.