ECLI:NL:CRVB:2017:4055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit tot beëindiging ziekengeld ondanks chronische pijnklachten
Appellant, voormalig tankercleaner, meldde zich ziek wegens een liesbreuk en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen met andere functies. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn chronische pijnklachten en dat de arbeidsdeskundige niet geschikt zou zijn om zijn arbeidsgeschiktheid te beoordelen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de klachten en medische informatie van de behandelend sector waren betrokken.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant geschikt was voor functies als productiemedewerker, met beperkingen passend bij zijn klachten. De Raad vond geen reden om aan dit oordeel te twijfelen, mede omdat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die zijn stellingen ondersteunden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarmee het recht op ziekengeld per 11 mei 2015 werd beëindigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 11 mei 2015 geen recht meer heeft op ziekengeld.