ECLI:NL:CRVB:2017:3967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van arbeidsongeschiktheid na eerste ziektejaar bevestigd
Appellant was werkzaam als palletmover en meldde zich ziek met been- en voetklachten na een scooterongeluk. Het UWV kende hem ziekengeld toe op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling in januari 2015 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige bepaalde dat appellant nog 80,43% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Op basis hiervan beëindigde het UWV het ziekengeld per 24 maart 2015.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellant geen bewijs had geleverd van grotere beperkingen op dat moment, ook niet vanwege een operatie in juli 2015.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij verdergaand beperkt was, mede door de operatie. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de belastbaarheid op de peildatum correct was vastgesteld en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.