ECLI:NL:CRVB:2017:3922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over medische grondslag en beperkingen bij WIA-uitkering
Appellante is wegens klachten aan beide schouders arbeidsongeschikt geraakt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde in eerste instantie vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Na bezwaar en beroep werden beperkingen herbeoordeeld, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidsdeskundige. In hoger beroep heeft appellante aanvullende medische rapporten ingebracht van een verzekeringsarts en een orthopedisch chirurg die zwaardere beperkingen vaststelden dan het UWV aannam.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het bestreden besluit niet is gebaseerd op een deugdelijk medische grondslag, vooral gelet op het rapport van de orthopedisch chirurg. Het UWV wordt opgedragen binnen acht weken het besluit te herstellen door de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen en te bezien of een nieuwe beslissing op bezwaar nodig is.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de medische beperkingen aan te passen en een nieuwe beslissing te nemen.