ECLI:NL:CRVB:2017:3890
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor belastingschulden
Verzoekster ontvangt sinds 16 september 2014 bijstand en heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor achterstallige motorrijtuigenbelasting. Het college wees dit af omdat de Participatiewet geen bijstand voor schulden toestaat, tenzij er zeer dringende redenen zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verzoekster ging in hoger beroep met een verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed. Verzoekster stelde dat zij alleen een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet heeft en daardoor niet in de noodzakelijke kosten van bestaan kan voorzien. Zij wilde bijzondere bijstand om haar auto terug te krijgen, nodig voor mantelzorg aan haar moeder.
De rechter oordeelde dat verzoekster geen acute financiële noodsituatie had, omdat zij voldoende middelen heeft voor elementaire kosten en er geen dreiging was van huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen. Ook het fysieke en tijdsbelastende reizen met openbaar vervoer vormde geen zwaarwegend belang. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.