Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip over haar woonsituatie. Medewerkers van de gemeente Groningen voerden op 15 maart 2016 een onaangekondigd huisbezoek uit, dat voortijdig werd afgebroken op verzoek van appellante. Het college trok daarop de bijstand in wegens vermeende onvoldoende medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het huisbezoek niet volgens het Protocol Huisbezoeken Sociale Zekerheid was uitgevoerd. De Raad oordeelde dat de medewerkers appellante wel toestemming hadden gevraagd om in kasten en lades te kijken, maar dat zij niet zelf zonder toestemming deze hadden geopend. Wel werd erkend dat medewerkers niet hadden gevraagd naar de reden van intrekking van de toestemming en geen hersteltermijn van tien minuten hadden gegeven zoals het protocol voorschrijft.
Hierdoor was het huisbezoek niet correct uitgevoerd en kon appellante niet worden verweten onvoldoende medewerking te hebben verleend. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot intrekking van de bijstand, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college in de proceskosten.