ECLI:NL:CRVB:2017:3862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht bij bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering
Appellante ontvangt een Wajong-uitkering en is onder bewind gesteld. Zij vraagt bijzondere bijstand aan voor de kosten van bewindvoering. Het college wijst de aanvraag deels toe, waarbij het bedrag wordt vastgesteld op basis van een draagkracht van 100% boven de bijstandsnorm. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante dat de kosten bijzondere noodzakelijke kosten zijn, waardoor de draagkracht op 40% van het inkomen boven 110% van de bijstandsnorm moet worden vastgesteld. De Raad onderzoekt het beleid van het college, dat onderscheid maakt tussen basale algemene noodzakelijke kosten en bijzondere kosten.
De Raad oordeelt dat bewindvoeringskosten basale algemene noodzakelijke kosten zijn, omdat zij betrekking hebben op het beheer van financiën waar ieder huishouden mee te maken heeft. Daarom is de draagkracht terecht vastgesteld op 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de draagkracht voor kosten bewindvoering 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm bedraagt en wijst het hoger beroep af.