Uitspraak
OVERWEGINGEN
2 oktober 2015 blijkt dat de verzekeringsarts van deze brief op de hoogte was. De verzekeringsarts was dus bekend met de diagnose en het behandelplan en heeft dit overtuigend meegenomen in de beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als medewerkster slagerij en huishoudelijk medewerker, meldde zich ziek met diverse klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling werd vastgesteld dat zij functies als wikkelaar, archiefmedewerker en inpakker kon verrichten, waarna haar uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding en medisch onderzoek werd geconcludeerd dat zij geschikt bleef voor deze functies, waarop het Uwv haar uitkering opnieuw beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de klachten voldoende waren meegewogen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het rapport van haar psycholoog onvoldoende was betrokken, maar de Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep bekend was met dit rapport en dit overtuigend had meegenomen in zijn beoordeling.
Omdat appellante geen nieuwe medische stukken of gronden aanvoerde, bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitkering wordt derhalve met ingang van 21 augustus 2015 beëindigd omdat appellante in staat wordt geacht passende arbeid te verrichten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht passende functies te verrichten.