Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie) tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.500,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als bouwkundige, meldde zich ziek met klachten door Multiple Sclerose (MS). Het UWV stelde vast dat zij per 25 september 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen medische gegevens waren die het oordeel van het UWV konden weerleggen.
In hoger beroep benoemde de Raad een neuroloog als deskundige, die concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 7 november 2012 een juist beeld gaf van de beperkingen van appellante. De geselecteerde functies waren passend en de arbeidsdeskundige bevestigde dat de belasting deze belastbaarheid niet overschreed.
De Raad volgde het deskundigenrapport en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Wel oordeelde de Raad dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 1.500,- aan appellante.
De procedure kende een langdurige looptijd van ruim vijf jaar vanaf het bezwaar tot de uitspraak in hoger beroep. De Raad benadrukte dat de overschrijding van de redelijke termijn niet door bijzondere omstandigheden werd gerechtvaardigd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is per 25 september 2012 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van € 1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.