ECLI:NL:CRVB:2017:3831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid functies en arbeidsongeschiktheidspercentage in Ziektewetzaak
Appellante, laatstelijk werkzaam als trainer en coach, meldde zich ziek met klachten aan de rechterpols en kreeg later pijnklachten door gegeneraliseerde artrose. Het UWV stelde op basis van een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen deze beoordeling, stellende dat haar beperkingen door artrose en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigden de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 oktober 2015. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat de functies medisch passend waren. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad overwoog dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat appellante met haar beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen. Het rapport van medisch adviseur Van der Eijk, dat appellante meer beperkingen toekent, was gebaseerd op dossieronderzoek en niet op eigen onderzoek, waardoor het medisch oordeel van het UWV standhoudt. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.