Betrokkenen, woonachtig in Turkije, ontvingen een AOW-pensioen met korting vanwege niet-verzekerde jaren en tot 1 januari 2015 een koopkrachttegemoetkoming (KOB). Deze KOB verviel per 1 januari 2015 en werd vervangen door een inkomensondersteuning AOW, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal verzekerde jaren. Betrokkenen maakten bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat dit een verboden onderscheid naar woonplaats inhoudt en in strijd is met internationale verdragen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de bestreden besluiten niet in strijd waren met het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid (EVSZ), het Besluit 3/80 of het Eerste Protocol. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat er geen direct onderscheid naar woonplaats is, aangezien de inkomensondersteuning gebaseerd is op verzekerde jaren en niet op woonplaats.
Voorts werd geoordeeld dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij sociaaleconomisch beleid en dat de bezuinigingsmaatregel een legitiem doel dient. De inkomensondersteuning vormt slechts een relatief geringe aanvulling en de betrokkenen hadden voldoende tijd om zich op de wijziging voor te bereiden. Er is geen sprake van een onevenredige individuele last of schending van eigendomsrechten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.