ECLI:NL:CRVB:2017:3797
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellant, geboren in 1933, diende in 2003 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvraag werd destijds afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant direct getroffen was door oorlogsgeweld. Ook het bezwaar en het daarop volgende beroep werden ongegrond verklaard.
In 2015 verzocht appellant om herziening van deze afwijzing, verwijzend naar oorlogservaringen van een overleden persoon met wie hij dwangarbeid zou hebben verricht. Verweerder weigerde dit verzoek omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening.
De Raad toetste het besluit terughoudend en concludeerde dat het raadplegen van de dossiers van de genoemde persoon geen bevestiging gaf van de door appellant gestelde dwangarbeid of mishandeling. Er was geen objectieve bevestiging van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 november 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van herziening wordt ongegrond verklaard.