ECLI:NL:CRVB:2017:3796
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra vakantievoorziening wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met lichamelijke invaliditeit, verzocht om vergoeding voor extra vakanties in een zorghotel. Verweerder wees dit af wegens het ontbreken van medische noodzaak.
De Raad beoordeelde het beleid waarbij vergoeding alleen mogelijk is bij medische noodzaak, zoals herstel na operatie of dreigende verergering van aandoeningen, en dat bij personen boven 70 jaar ook niet-causale aandoeningen meewegen. Medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs concludeerden geen medische noodzaak voor de gevraagde voorziening.
Appellant voerde persoonlijke omstandigheden aan, maar kon geen medische gegevens overleggen die voldeden aan de criteria. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor extra vakantievoorziening wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van medische noodzaak.