ECLI:NL:CRVB:2017:3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstverband bij rugklachten
Appellant trad in april 2007 toe tot de militaire dienst en kreeg tijdens oefeningen in augustus 2007 en januari 2008 rugklachten. Medisch onderzoek stelde vast dat appellant leed aan chronische lumbago met degeneratieve afwijkingen, zonder oorzakelijk dienstverband. Na ontslag in oktober 2011 werd hem een arbeidsongeschiktheidspensioen toegekend, maar het militair invaliditeitspensioen werd geweigerd.
De minister wees bezwaar af, waarop de rechtbank in 2013 en 2015 de besluiten vernietigde vanwege onvoldoende onderzoek naar mogelijke verergering door de dienst en garanties van Defensiemedici. Na aanvullend onderzoek handhaafde de minister het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat invaliditeit met dienstverband vereist is dat de aandoening het gevolg is van militaire dienst onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden, zoals oorlogsnabootsende oefeningen met verhoogd risico. Appellant kon geen concrete omstandigheden aandragen waaruit dit bleek. De Raad concludeerde dat de rugklachten niet aan de dienst zijn toe te rekenen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van het militair invaliditeitspensioen wordt bevestigd.