ECLI:NL:CRVB:2017:3728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Militair invaliditeitspensioen geweigerd wegens onvoldoende bewijs verband gehoorverlies met uitzending
Betrokkene, een voormalig beroepsmilitair, vroeg een militair invaliditeitspensioen aan vanwege gehoorverlies en tinnitus, waarvan hij stelde dat deze veroorzaakt waren door blootstelling aan lawaai tijdens zijn uitzending naar Bosnië in 1993. De minister van Defensie wees het verzoek af omdat de medische onderzoeken geen overtuigend verband aantoonden tussen de klachten en de militaire dienst.
In de bezwaarprocedure overhandigde betrokkene een rapport van een audioloog, Reincke, die een mogelijke relatie tussen lawaaiblootstelling en gehoorverlies aannemelijk achtte. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de tinnitus niet mede door lawaai zou zijn veroorzaakt en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep stelde in hoger beroep vast dat er geen audiogrammen met typische lawaaidips aanwezig waren en dat het gehoorverlies vooral door ouderdom kwam. Ook was de oorzaak van de tinnitus niet vastgesteld en berustte de aanname van een verband met lawaai op veronderstellingen. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister ongegrond.
De Raad concludeerde dat het gehoorverlies niet in overwegende mate terug te voeren is op de uitzending en dat de tinnitus niet aan de uitzending kan worden gerelateerd. De minister had de afwijzing terecht gemotiveerd en er was geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van het militair invaliditeitspensioen blijft gehandhaafd.